
Cura In Domo
Thuisverpleging
Consulting
Training
Coaching
Een betere financiering van de kwaliteit en continuïteit van thuisverpleging: het is mogelijk ...en wenselijk!
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht, in samenwerking met K.U.Leuven en de ULB, of de huidige financiering van de thuisverpleging in België moet aangepast of zelfs fundamenteel moet hervormd worden. De studie behandelt enkel het vraagstuk van thuisverpleging, niet het grotere verhaal van de thuiszorg. De financiering aanpassen vraagt een globale reflectie over de rollen van verschillende gezondheidszorgfuncties. Daarbij is er meer coördinatie tussen de verschillende politieke bevoegdheidsniveaus nodig. De huidige gemengde financiering kan worden voortgezet als ze wordt geoptimaliseerd. De nomenclatuur zou best worden geactualiseerd en er zou een scherper onderscheid moeten worden gemaakt tussen postacute en chronische zorg. Ook het meten van de zorgafhankelijkheid van de patiënt en de kwaliteit van zorg zouden bij de financiering een meer prominente rol moeten spelen.
Naarmate mensen ouder worden doen ze meer beroep op thuisverpleging: 28% van de 75plussers werd in 2004 thuis verpleegd. De uitgaven voor thuisverpleging bedragen meer dan 4% van het RIZIV budget en ze stijgen jaarlijks gemiddeld met bijna 7%, wat 1% meer is dan de jaarlijkse toename van de uitgaven voor de algemene gezondheidszorg . Oorzaken van deze toename zijn de veroudering van de bevolking, de vermeerdering van het aantal chronische aandoeningen en de steeds kortere ziekenhuisverblijven.
Thuisverpleging wordt in België gefinancierd door het RIZIV, een federale instantie. Thuisverpleging is niet hetzelfde als thuiszorg (gezinshulp, sociale hulp, ...), dat onder de bevoegdheid en het budget van de gemeenschappen valt. Het verschil tussen deze twee vormen van zorg is in de dagelijkse zorgpraktijk echter niet altijd scherp afgelijnd.
De onderzoekers stellen dat een financieringshervorming moet passen in een globale
visie over de rollen en onderlinge relaties van verschillende gezondheidszorgfuncties
(ziekenhuizen, eerste lijn, thuisverpleegkunde-
De huidige gemengde financiering van thuisverpleegkunde lijkt vandaag het meest gepast en aanvaardbaar in België. De belangrijkste financiering bestaat uit prestatievergoedingen voor technische interventies (bvb wondzorg) en dagprijsvergoedingen (enveloppe) voor basiszorg (bvb hygiëne). Die laatste wordt aangepast in functie van de zorgbehoefte van de patiënt. Er is echter behoefte aan verbetering. De meting van de zorgafhankelijkheid om bedragen vast te leggen is niet optimaal, en er spelen geen kwaliteitscriteria mee in de financiering. De bestaande RIZIV nomenclatuur is complex en achterhaald. Zo zijn veel activiteiten, zoals bijvoorbeeld het toedienen van zuurstof of nieuwe taken zoals overleg met andere eerstelijnswerkers, niet opgenomen in de lijst van verstrekkingen. Bovendien zijn de regels om de nomenclatuur toe te passen onoverzichtelijk.
In de financiering is behoefte aan een duidelijker onderscheid tussen postacute zorg (meestal na ziekenhuisopname) en chronische zorg. In sommige landen wordt postacute zorg gegeven door thuiszorgorganisaties, die een contract hebben met het ziekenhuis en die worden betaald via ziekenhuisfinanciering. In de chronische zorg zouden enerzijds de basiszorg en opvolging van chronische patiënten via gewogen enveloppe financiering moet gebeuren. Anderzijds zou technisch verpleegkundige zorg moeten worden gefinancierd via prestatiefinanciering.
Men heeft vandaag geen inzicht in de reële kosten van de thuisverpleegkunde . Het KCE raadt aan om te onderzoeken in welke mate de bestaande tarieven de reële kosten dekken. Enkel op die basis kan het debat over de tarieven sereen verlopen. Verder pleit het KCE voor een forfaitaire financiering die niet alleen is afgestemd op de afhankelijkheid van de patiënt maar ook op de geleverde kwaliteit van zorg. Zorgverleners die bijvoorbeeld de zelfredzaamheid van hun patiënt stimuleren zouden financieel beloond moeten worden.
Tenslotte kan een betere financiering een positieve impact hebben op de aantrekkelijkheid van het beroep van thuisverpleegkundige, toch iets waar men rekening mee zou moeten houden
Dialyse thuis of in het ziekenhuis: wie kiest?
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) bekeek de organisatie, financiering
en kosten van dialyse in België. Uit het onderzoek blijkt dat hemodialyse voor ziekenhuizen
en artsen financieel het meest interessant is. Voor de meeste patiënten zijn er geen
duidelijke medische redenen om voor de ene of de andere vorm van dialyse te kiezen.
Het KCE stelt dat de voorkeur van de patiënt doorslaggevend zou moeten zijn bij de
keuze van de dialysevorm. Het pleit daarom voor een neutrale patiëntenvoorlichting
en een terugbetaling op basis van de reële kosten. Ziekenhuisdialyse is financieel
interessanter voor ziekenhuizen door de hoge kosten van de dialysevloeistoffen, zegt
het KCE. De winsten uit dialyseactiviteiten worden in de praktijk vaak gebruikt om
andere, verlieslatende activiteiten van het ziekenhuis te dekken. Bovendien ontvangen
de nefrologen voor ziekenhuis-